Sterke Wielerverhalen

De website voor straffe wieleranekdotes van vroeger en nu

Iemand een doktersbriefje?

In een verre uithoek van de wereld werd in 2012 de elfde editie van de Ronde van Korea gereden. Eind april ging de rittenkoers van start. In de vijfde etappe ging het echter helemaal verkeerd…

De rit die de renners bracht van Geochang naar Gumi bracht een heus slachtofferveld met zich mee. In de eerste kilometer van de rit begon het al slecht met een crash van het Estse wielermonument Jaan Kirsipuu, die door twee oudere dames op een Harley Davidson van de baan werd gereden. Niet veel later volgde een tweede motor het voorbeeld. Dit maal werden een andere renner en een fotograaf op de grond gekegeld.

“De UCI-commissaris deed wat later het peloton stoppen om iedereen de kans te geven om  terug in het peloton plaats te nemen. Verder werden we gewezen op de verdere gevaren op onze route (o.a. een stukje van het parcours dat onder water stond, maar waar de renners toch moesten door fietsen)”, deed Lee Rodgers, een Britse renner uit het Taiwanese RTS Team, zijn verhaal uit de doeken. “Sommigen riepen op om de wedstrijd te neutraliseren, maar de organisatoren lieten ons gewoon verder rijden.” Wat volgde was ware gruwel…

In de laatste vijf kilometer werd het peloton tot tweemaal toe opgeschrikt door een massale valpartij. De laatste, op zo’n 200 m voor het einde, zorgde voor hallucinante taferelen. “Mijn ploegmaat McCann stond naast de kant en zag lijkbleek. “Ik denk dat ik mijn duim heb verloren”, stamelde hij. “Ik ben mijn duim kwijt.”

duim

“Wat? Je duim?”, vroeg ik vol ongeloof. “Kijk!” Dave McCann stak zijn hand omhoog en toonde een stuk vlees waarbij de top was verdwenen. Enkel wat bot stak uit iets wat ooit een vinger moet zijn geweest, terwijl de rest aan wat vlees aan de zijkant van zijn hand bengelde.”

“”Dokter!”, schreeuwde ik het in een reflex uit. Een wagen met opschrift ‘dokter’ stopte, maar de man met de dokterstas bleef stuurloos zitten. Hij leek zelfs behoorlijk ‘pissed’ omdat hij weldra uit de wagen moest komen. Na iets wat op een eeuw leek te duren, stapte hij uiteindelijk dan toch uit. Maar in plaats van mijn ploegmaat te helpen liep hij ons straal voorbij richting een andere renner die zich achter ons bevond.”

“Niet dat die renner het niet nodig had. De man rilde als een gek over zijn hele lichaam en er kwam zelfs schuim uit zijn mond. Een ploegmaat was in alle staten en stond de gevallen renner van alles toe te schreeuwen. Ik spreek dan wel geen Koreaans, maar het moet iets in de trend van “Ga godverdomme niet dood” zijn geweest. Heavy!”

“En wat doet die dokter? Als eerste beste hulpmiddel spuit hij wat zout water in het gezicht van de renner. Stel je voor! Vervolgens trekt hij zich discreet terug terwijl die ploegmaat maar blijft voortschreeuwen. Ik kan het niet meer aanzien en stap woedend op de dokter af. “Zou je godverdomme je werk eens willen doen”, maakte ik me kwaad. Hij kijkt me dwaas en ik besluit in een flits om zijn badge af te nemen en in zijn gezicht te keilen.”

“Ik neem het heft in eigen hand en sprint naar de dokterswagen voor een Eerste Hulp Kit. De chauffeur schreeuwt “nee”, wanneer ik de deur van de wagen open doe. Ik wil naar de tas grijpen, maar er blijkt geen aanwezig. Het enige wat ik zie is een koffertje met wat kleren van de zogenaamde arts.”

“Op zoek naar hulp, kwam ik uiteindelijk bij een politiewagen terecht die Dave naar een ziekenhuis in Seoul bracht. Met een vinger in een handdoek, vastgebonden met wat tape kwamen we ter plaatse. Daar werd hij wat later geopereerd.” Wonder boven wonder konden de artsen Mc Cann zijn vinger redden.