Sterke Wielerverhalen

De website voor straffe wieleranekdotes van vroeger en nu

In allerijl

3 juli 2004. In het West-Vlaamse Ieper staat Peter Farazijn op zijn gemakje naar de lokale rallywedstrijd te kijken. Samen met zijn tienjarige zoon bewondert de renner van Cofidis de voorbij scheurende bolides, tot hij rond twee uur ’s middags zijn gsm controleert. Farazijn heeft geen idee wat hij wat later zou horen.

Farazijn heeft een gemiste oproep en belt terug naar het nummer dat hem vruchteloos had trachten te contacteren. Het is ploegleider Francis Van Londerzele. “Dat je je onmiddellijk moet reppen naar Luik. je moet immers starten in de Tour de France.” Zijn ploegmaat White was tijdens de opwarming gevallen en had zijn sleutelbeen gebroken. Een vervanger drong zich op.
luikZo rap als tellen spoedt de renner, die daags voordien nog stevig ging stappen, zich naar huis. Niet alleen moet hij nog zijn koffers pakken. Vooral de verplaatsing richting Luik baart hem zorgen. Meer dan 200 kilometer overbruggen tussen zijn woonplaats in Boezinge en Luik… en dat op een kleine twee uur tijd.

De ploegleiding van Cofidis smeekt ondertussen bij ASO om Farazijn een startplaats in de achterhoede van het peloton te geven, iets waar de begripvolle organisatie gelukkig voor zwicht. Farazijn krijgt een half uur uitstel en dat is geen overbodige luxe.

“tegen 160 km/u ging het naar Luik”, weet Farazijn nog. Uiteindelijk komt er een politie-escorte aan te pas om hem net op tijd ter plaatse te krijgen. “Zonder hen had ik de start niet gehaald.” Bij zijn aankomst moet hij onmiddellijk zijn tijdritpak aantrekken en zonder opwarmen van start gaan. Bovendien moet hij op de fiets van de onfortuinlijke White zijn rit afleggen. Hij eindigt die dag als 185e. Hij reed die Tour – zonder deftige voorbereiding- wonderwel uit.